| Blauwe regen |
|
Blauwe regen ofte Wisteria is een dankbare klimplant om stadsgevels op te fleuren. Hij kan heerlijk bloeien en geuren in mei en heeft soms nog een herbloei in de vroege herfst.
KiezenDe meest courante soort is Wisteria sinensis, maar er bestaat ook een Japanse soort (Wisteria floribunda) met veel langere bloemtrossen (heeft meer ondersteuning nodig!). In de handel worden jonge planten verkocht die reeds één of meerdere bloemtrossen hebben. Je kan dan goed kiezen welke soort het best past bij jouw woning en welke kleur je het liefst heb (blauw, wit, roze, purper …).
StandplaatsOm te bloeien moet Wisteria veel zon krijgen (minstens zes uur direct zonlicht per dag). Bovendien is een goed doorlatende grond vereist die niet te snel uitdroogt.
AanplantenMaak een plantgat van minstens 30 x 30 cm x 40 cm diep. Spit de grond los en strooi wat goede teelaarde of compost boven in het plantgat. Plant de jonge blauwe regen zó dat de bovenrand van de kluit gelijk komt met het grondoppervlak.
OndersteuningWisteria is niet zelfhechtend. In de natuur slingert de plant zich meestal rond een boomstam om zich omhoog te werken naar het zonlicht toe. Tegen een gevel moet je zelf steunmateriaal aanbrengen. Dat kan aanvankelijk een dikke (geplastificeerde) stalen draad zijn, maar veel beter is te werken met dikke bamboestokken (verkrijgbaar in tuincentra) die je zowel vertikaal als horizontaal kan plaatsen als steun. Tussen de steundraad of stok en de muur moet een ruimte blijven van minstens 7 cm.
Opleiden en vormsnoeiGeen enkele plant moet in de natuur gesnoeid worden om zijn vorm te behouden of om mooi te bloeien. Maar bij een uitbundige groeier als Wisteria, die tegen de gevel van een gezinswoning wordt geplant, ligt dat toch wel anders. Daarom is het verstandig de plant eerst ‘op te leiden’ en daarna regelmatig te snoeien.
De professionele aanpakOnmiddellijk na het planten moet de hoofdgesteltak worden ingekort tot 80 à 90 cm. Knip alle zijscheuten die horizontaal uit de gesteltak groeien, in tot op één oog. In het tweede levensjaar wordt de plant in de winter gesnoeid: de hoofdgesteltak wordt opnieuw ingesnoeid, maar laat 40 à 50cm van de jonge topscheut boven het gedeelte van vorig jaar staan. Alle zijscheuten worden gesnoeid tot op drie ogen, behalve die van de onderste zijscheuten. Deze mogen 30 tot 40 cm lang blijven en worden horizontaal uitgebogen en aangebonden. In de volgende jaren worden alle zijscheuten wel gesnoeid en de lengte ervan teruggebracht tot 40 – 50 cm ten opzichte van de gesteltak. Elk volgend jaar worden de zijscheuten uitgebogen en aangebonden. Is de plant eenmaal op de gewenste hoogte en breedte, dan wordt de snoei beperkt tot het beheersen van de vorm en de productie van (meer) bloemen. Om de bloei te bevorderen: knip de zijscheuten af op 2 of 3 knoppen vanaf de hoofdgesteltak. Let op: bladknoppen van de blauwe regen zijn lang en spits; bloemknoppen zijn dik en bolrond. Het onderscheid is duidelijk te zien.
Een natuurlijker aanpakAls je geen ervaring hebt met het leiden en snoeien van klimplanten is bovenstaande uitleg wellicht te moeilijk. Daarom is het misschien nuttig eens rond te kijken hoe andere mensen hun (prachtig bloeiende) blauwe regen laten groeien. Er zijn namelijk verschillende methoden die ook een natuurlijker groei toelaten. Met ‘natuurlijk’ wordt vooral bedoeld dat de hoofdgesteltak al windend omhoogklimt rond een steunpaal (draad is in dat geval te dun omdat de stam dan zulke korte bochten maakt dat hij na 3 à 4 jaar zijn eigen sapstroom afknelt, breekt of sterft). Kies dus een zo dik mogelijke vertikale steun (minstens 2 à 3 cm doormeter). Voor eventuele horizontale aftakkingen (bv. dwars over de gevel tussen gelijkvloers en verdieping), kan draad wel gebruikt worden omdat de trekkracht daar minder is. Wat je bij om het even welke methode altijd zult moeten doen is: tweemaal per jaar (1 x na de bloei en 1 x in de winter) de zijscheuten inkorten zoals hierboven beschreven. Dat is geen groot werk en de beloning ervoor is écht wel de moeite waard! |

